Kenmerken van toppaarden op de renbaan ook kenmerkend voor de renpaarden van het luchtruim?

 

We maken weer een uitstapje naar de renpaardensport. Omdat in mijn beleving op oriëntatie na, alle eigenschappen die van een ren of springpaard een topper maken, ook nodig zijn voor het presteren van een topper op de wedvluchten. Dit vooral op de dagfond.

 

In de renpaardensport gaat het om geld. Heel veel geld zelfs. Daarom is het de fokker er veel aan gelegen om zoveel mogelijk kwaliteit te fokken. Omdat naast de karaktereigenschap doorzettingsvermogen, in de rensport “moed” genoemd,

snelheid de doorslag geeft, werd voornamelijk op deze eigenschap geselecteerd.

Steeds meer paarden kregen het voor elkaar om de 2 km te lopen met een gemiddelde snelheid boven de 60 km per uur.

Naast een verbeterde voeding en training is dit vooral te danken aan het selecteren op snelheid. Door aan deze kwaliteit voorrang te verlenen, kwamen topfokkers er na verloop van tijd achter dat andere kwaliteiten geleidelijk aan naar de achtergrond verdwenen. Een voorbeeld hiervan is de kracht van het paard.

Door de doorgevoerde selectie op snelheid werden spieren steeds elastischer en botten steeds lichter. Het gevolg was dat er paarden kwamen die op de baan supersnel waren, maar vooral als er veel op harde ondergronden gelopen werd zeer snel waren versleten. Hun carrière zat er na enkele jaren op omdat ze niet hard genoeg meer waren. De duur, ofwel volharding was er door de eenzijdige selectie uitgefokt.

Bij onze sport zou je dit kunnen vergelijken op het steeds maar selecteren van vitesseduiven die razendsnelle prestaties neerzetten, vaak met mooi weer, maar die zodra de weersomstandigheden zwaarder worden en/of de afstand verder,

van het toneel verdwijnen. Wel intelligentie en snelheid, maar geen weerstand!

En, om even een zijpaadje te bewandelen, Hoe komt het dat op zogenaamde rampvluchten soms de helft van de oude duiven wordt verspeeld en dan vooral de besten? Vaak zien we dan dat de mensen met de boerenduiven en de grote fondspelers geen pluim verliezen. Duiven die anders met moeite op de uitslag komen, behoren dan ineens tot de besten! Voor ons betekent dit dat we meer kracht en weerstand in onze duiven moeten fokken. Zeker voor de dagfond is het niet verkeerd om wat fondbloed erdoor te laten sijpelen in de stam. En dan het liefst die fondduiven die goed komen van vluchten zoals Brive, Ruffec, Bergerac enz. en niet de Barcelona en Marseillegangers, omdat je in de kweek nooit van twee uitersten uit moet gaan!!

En laat in de verzorging de duiven niet te veel vervreemden van de natuur. Wat heb je er aan als je duiven in een gouden hok zitten, maar alleen super presteren als de weersomstandigheden ideaal zijn en de medicijnpot in de buurt? Vaak zie je dat deze melkers op teletekst pieken, maar dat de duiven daarna door een dal gaan om vervolgens weer opgepept te worden. Op hoeveel hokken komt voor een belangrijke vlucht de (…..) langs om de puntjes op de i te zetten? Ook de enorme verliezen met de jonge duiven hebben deels hiermee te maken.

 

Wil je duiven hebben die na een a twee dagfondvluchten niet versleten zijn, dan zul je er weerstand in moeten kweken. Dus niet de hele winter binnen en met vochtig weer het kacheltje aan. Vroeger waren er veel liefhebbers die hun duiven in de herfst overdag buiten sloten en ze zelf op de akkers hun kostje lieten opscharrelen. Water dronken ze op een plasje bij de mesthoop en voor de rest mochten ze hun kostje op het land zoeken. Zou je deze duiven ook gauw kwijtspelen op een zware vlucht? Dit type duiven kwam altijd na. Soms na een jaar, maar terugkomen deden ze. Dus nogmaals; laten we naast snelheid, mordant en oriëntatie toch de natuurlijke weerstand niet uit het oog verliezen.

 

Terug naar de paarden; een les voor ons duivenmelkers is dat schoonheid een kwaliteit niet vaak samen gaan. Eenvoudig al vanwege het feit dat een topvlieger kweken al zo’n enorm moeilijke opgave is. Voorbeelden van superieure renpaarden geven aan dat het in deze sport niet anders is. Groot of klein, rechte of kromme benen, mooi of lelijk heeft dus niets met kwaliteit te maken. Een superpaard wiens bloed in zeer veel toppaarden is terug te vinden is St. Simon. Dit toppaard werd 10 keer op de baan ingezet, om 10 keer winnend af te sluiten. Hij stond bekend naast zijn extreme mordant en ongezeglijkheid, om zijn ongelooflijk slechte en kromme voorbenen. Een eigenschap die hij bij gelijke genen, nog vererfde ook. Maar dat belette zijn beroemde nakomeling niet om, ondanks met dezelfde slechte eigenschap behept, een super paard op de renbaan te zijn.

 

Veel toppaarden hebben als overeenkomst een tomeloze vitaliteit, een onvoorstelbare mordant (moed) en een ongezeglijk karakter. Veel van hen waren in topvorm zelfs ronduit gevaarlijk voor hun verzorgers. Daar zijn heel wat voorbeelden van te noemen. Voor de dagfond betekent dit vitale duiven met een grote dosis mordant. Dit is zeer goed waarneembaar door een constant wringen in de hand. Duiven die alert zijn, altijd strak zitten en onvermoeibaar zijn. Dominante duiven, die hun wil door niemand laten bedwingen. Dit zijn voor mij de belangrijkste zaken bij dit type duif en de rest is meegenomen.

Kenmerken van toppaarden op de renbaan ook kenmerkend voor de renpaarden van het luchtruim?

 

We maken weer een uitstapje naar de renpaardensport. Omdat in mijn beleving op oriëntatie na, alle eigenschappen die van een ren of springpaard een topper maken, ook nodig zijn voor het presteren van een topper op de wedvluchten. Dit vooral op de dagfond.

 

In de renpaardensport gaat het om geld. Heel veel geld zelfs. Daarom is het de fokker er veel aan gelegen om zoveel mogelijk kwaliteit te fokken. Omdat naast de karaktereigenschap doorzettingsvermogen, in de rensport “moed” genoemd,

snelheid de doorslag geeft, werd voornamelijk op deze eigenschap geselecteerd.

Steeds meer paarden kregen het voor elkaar om de 2 km te lopen met een gemiddelde snelheid boven de 60 km per uur.

Naast een verbeterde voeding en training is dit vooral te danken aan het selecteren op snelheid. Door aan deze kwaliteit voorrang te verlenen, kwamen topfokkers er na verloop van tijd achter dat andere kwaliteiten geleidelijk aan naar de achtergrond verdwenen. Een voorbeeld hiervan is de kracht van het paard.

Door de doorgevoerde selectie op snelheid werden spieren steeds elastischer en botten steeds lichter. Het gevolg was dat er paarden kwamen die op de baan supersnel waren, maar vooral als er veel op harde ondergronden gelopen werd zeer snel waren versleten. Hun carrière zat er na enkele jaren op omdat ze niet hard genoeg meer waren. De duur, ofwel volharding was er door de eenzijdige selectie uitgefokt.

Bij onze sport zou je dit kunnen vergelijken op het steeds maar selecteren van vitesseduiven die razendsnelle prestaties neerzetten, vaak met mooi weer, maar die zodra de weersomstandigheden zwaarder worden en/of de afstand verder,

van het toneel verdwijnen. Wel intelligentie en snelheid, maar geen weerstand!

En, om even een zijpaadje te bewandelen, Hoe komt het dat op zogenaamde rampvluchten soms de helft van de oude duiven wordt verspeeld en dan vooral de besten? Vaak zien we dan dat de mensen met de boerenduiven en de grote fondspelers geen pluim verliezen. Duiven die anders met moeite op de uitslag komen, behoren dan ineens tot de besten! Voor ons betekent dit dat we meer kracht en weerstand in onze duiven moeten fokken. Zeker voor de dagfond is het niet verkeerd om wat fondbloed erdoor te laten sijpelen in de stam. En dan het liefst die fondduiven die goed komen van vluchten zoals Brive, Ruffec, Bergerac enz. en niet de Barcelona en Marseillegangers, omdat je in de kweek nooit van twee uitersten uit moet gaan!!

En laat in de verzorging de duiven niet te veel vervreemden van de natuur. Wat heb je er aan als je duiven in een gouden hok zitten, maar alleen super presteren als de weersomstandigheden ideaal zijn en de medicijnpot in de buurt? Vaak zie je dat deze melkers op teletekst pieken, maar dat de duiven daarna door een dal gaan om vervolgens weer opgepept te worden. Op hoeveel hokken komt voor een belangrijke vlucht de (…..) langs om de puntjes op de i te zetten? Ook de enorme verliezen met de jonge duiven hebben deels hiermee te maken.

 

Wil je duiven hebben die na een a twee dagfondvluchten niet versleten zijn, dan zul je er weerstand in moeten kweken. Dus niet de hele winter binnen en met vochtig weer het kacheltje aan. Vroeger waren er veel liefhebbers die hun duiven in de herfst overdag buiten sloten en ze zelf op de akkers hun kostje lieten opscharrelen. Water dronken ze op een plasje bij de mesthoop en voor de rest mochten ze hun kostje op het land zoeken. Zou je deze duiven ook gauw kwijtspelen op een zware vlucht? Dit type duiven kwam altijd na. Soms na een jaar, maar terugkomen deden ze. Dus nogmaals; laten we naast snelheid, mordant en oriëntatie toch de natuurlijke weerstand niet uit het oog verliezen.

 

Terug naar de paarden; een les voor ons duivenmelkers is dat schoonheid een kwaliteit niet vaak samen gaan. Eenvoudig al vanwege het feit dat een topvlieger kweken al zo’n enorm moeilijke opgave is. Voorbeelden van superieure renpaarden geven aan dat het in deze sport niet anders is. Groot of klein, rechte of kromme benen, mooi of lelijk heeft dus niets met kwaliteit te maken. Een superpaard wiens bloed in zeer veel toppaarden is terug te vinden is St. Simon. Dit toppaard werd 10 keer op de baan ingezet, om 10 keer winnend af te sluiten. Hij stond bekend naast zijn extreme mordant en ongezeglijkheid, om zijn ongelooflijk slechte en kromme voorbenen. Een eigenschap die hij bij gelijke genen, nog vererfde ook. Maar dat belette zijn beroemde nakomeling niet om, ondanks met dezelfde slechte eigenschap behept, een super paard op de renbaan te zijn.

 

Veel toppaarden hebben als overeenkomst een tomeloze vitaliteit, een onvoorstelbare mordant (moed) en een ongezeglijk karakter. Veel van hen waren in topvorm zelfs ronduit gevaarlijk voor hun verzorgers. Daar zijn heel wat voorbeelden van te noemen. Voor de dagfond betekent dit vitale duiven met een grote dosis mordant. Dit is zeer goed waarneembaar door een constant wringen in de hand. Duiven die alert zijn, altijd strak zitten en onvermoeibaar zijn. Dominante duiven, die hun wil door niemand laten bedwingen. Dit zijn voor mij de belangrijkste zaken bij dit type duif en de rest is meegenomen.