Verliezen van jonge duiven.

Bij deze wil ik wat oorzaken rond verliezen bij jonge (en oude!) duiven helder zien te krijgen. Dit op basis van veel lezen, veel overleg met div. liefhebbers, vergelijk tussen verliezers en mensen die weinig duiven verspelen en door logisch na te denken. Ik hoop het een en ander overzichtelijk op een rij te zetten en zou er bijzonder blij mee zijn als door het vermeerderen van onze kennis rond de duif, de verliezen zouden kunnen worden verminderd. Er zullen bekende en minder bekende oorzaken de revue passeren. Vroeger waren de verliezen er veel minder, maar ook toen waren er desastreuze verliezen igv extreme weersomstandigheden!!!!! Denk aan de warme zomer van 1976 en wat Breuer daarover schrijft in het boekje; “Zo vader, zo zoon”.

Duiven zijn ook te eenzijdig geworden. Gust Christiaans uit Humbeek zei 30 jaar geleden al; Als je alleen maar kweekt uit snelle rakkers voor het mooie weer, raak je de jongen op den duur steeds kwijt.

Het is niet voor niets dat op rampvluchten veel overnachtspelers geen pluim verliezen!

 

Een duif die voor de vluchten wordt ingezet, moet aan een aantal voorwaarden voldoen;

  • Er aan toe zijn.
  • Een perfecte gezondheid hebben.
  • Oriëntatievermogen hebben.
  • Aan huis voldoende hebben gevlogen, maar ook weggetrokken.
  • Gelukkig zijn op het hok. Voldoende territorium bezitten. Gehecht zijn aan het hok, de baas enz.
  • Een zeer goede voorbereiding/basisopleiding hebben gehad.

 

Uiteraard bevestigen uitzonderingen de regel. Ook ik ken mensen die ze met de bezem van het hok moesten jagen en vervolgens toch jonge duiven kampioen werden. Waar het ons om gaat is om zoveel mogelijk oorzaken van de verliezen uit te sluiten.   Nog even over de gezondheid; de koppen moeten hoe dan ook schoon zijn. En dan raken we een moeilijk punt. Bij een liefhebber die zijn duiven laat harden aan de natuur en behoudens een 1 malig geelkuurtje (of zelfs dat niet) nooit tegen de koppen kuurt, hoeft het niet zoveel te betekenen als een jong eens aan de kop krabt, maar komt dit bij een standaartkuurder voor, dan kan het desastreus zijn voor de wedvluchten. De keel moet bleekroze zijn het keelgat rustig en niet te groot, geen slijmdraadjes en zeker geen gesnotter als je de neusdoppen even dicht houdt. De gehemeltespleet iets open. Ook de snavel in je oor houden om de ademhaling te beluisteren kan ons veel vertellen. Is je duivenstam eenmaal gewent aan medicijnen tegen de luchtwegen, dan zou ik de jongen elke donderdag een kuurtje door het water verstrekken, anders ben je “de Sjaak” voor je het weet! Ornithose kan zo latent aanwezig zijn dat je het amper merkt. Het allerbeste is natuurlijk de  regelmatige controle bij de duivenarts. Dan speel je op save en voorkom je misschien het circuit van medicijnen.

 

Wat de baas betreft; die moet;

  • Kweken uit goede en gezonde duiven.
  • Zorgen voor een goed hok, waarin de jongen zich plezierig voelen. Een ren is een must, zodat de jongen niet teveel vervreemden van de natuur.
  • Een goede planning hanteren, zodat alles op tijd gebeurt.
  • De jongen wennen aan regelmaat en ze de tijd geven een goede weerstand tegen kinderziektes op te bouwen.
  • Zo min mogelijk kuren, of naar een stam toe werken waar zo min mogelijk hoeft gekuurd te worden.
  • Zeker geen jongen steeds bijplaatsen. Dit is roepen om ellende!
  • De jongen een gedegen opleiding geven.
  • Niet meer kweken uit duiven, waarvan de jongen steeds wegvliegen.

 

 

Goed, u heeft de goede duiven. Ze trainen enorm en trekken regelmatig weg.

Ze hebben de meeste kinderziektes achter de rug, zijn op tijd geënt en zijn er aan toe om opgeleerd te worden. Voor een goede basis is nu gezorgd. We gaan starten met hun opleiding. Dit betekent dat de basisoriëntatie ontwikkeld en aangepast moet worden voor verschillende vliegsituaties. Duiven moeten leren bij felle zon en droge oostenwind te oriënteren, idem bij regen. Hiervoor heeft de duif verschillende systemen, die wel ontwikkeld moeten worden.

  • Geef de duiven veel vrijheid. Ze leren dan beter met zon, regen, kou en warmte om te gaan en de gevaren van de roofvogel!!
  • Geef ze regelmatig een bad, maar laat ze niet nat buiten of de nacht in gaan.
  • Wen de jongen regelmatig een nacht in de mand.
  • Leer ze eten en drinken in de mand.
  • Begin op te leren in kleine stapjes.
  • Zorg er voor dat de koppen (luchtwegen) hoe dan ook schoon zijn. Is dit niet het geval, dan is oriëntatie een groot probleem.
  • Ga niet opleren midden op de dag. Is het warm en volop zomer, kan je ook ’s avonds vanaf 19.00 uur opleren.

 

Zijn de duiven voldoende opgeleerd, dan kan er gewerkt worden om eventuele gevaren te voorkomen. Ik weet ook niet overal een antwoord op, maar wil wat op een rij zetten;

  • Leer jongen niet vlak over het water op. Verliezen zijn dan verzekerd!! waarom??? waarschijnlijk verstoring van het magnetisch veld. Rijdt dan liever 5 a10 kilometer verder, zodat ze op de route zitten als ze oversteken en zorg voor wat ervaren duiven mee om zo snel mogelijk de jongen de rechte lijn te leren.
  • Trekken de jongen onvoldoende, leer ze dan in een cirkel van 10 kmvan huis een aantal malen op, zodat ze leren vanuit een andere richting het hok te vinden. Uiteraard geleidelijk en niet ineens van tegengestelde richting. Als je dat wel zou doen, nadat ze de vliegrichting al veel geoefend hebben, ben je ze geheid kwijt.
  • Leer ze eens op tegen de nacht, zodat ze moeten overnachten en er pas de volgende morgen zijn. Heel leerzaam.
  • Tijdens de vluchten nog 1x per week wegbrengen een km of 25, maar dan wel in de vliegrichting!!
  • Er zijn mensen die de tijd hebben de jongen elke dag te lappen. Voor de vluchten zijn ze al 25 keer weggeweest tot 35 km. Als de vluchten starten hebben deze spelers geen verliezen meer. Zelfs met regen gaan de jongen eruit, al is het dan maar van 5 a10 km. Dat valt niet mee om daar tegen te moeten spelen met onervaren jongen die amper trekken!!
  • Het opleren starten met tegenwind is erg gevaarlijk. De duiven zitten dan laag en vliegen gemakkelijk in de draden!
  • Wat ook een groot probleem is, is een plotselinge wisseling van het weer. Tot vrijdag is het druilerig weer, maar op zaterdag is het ineens stralend weer met een strakblauwe lucht. Geen succes verzekert!! De jongen weten niet wat ze meemaken!
  • Voer ook zeker niet te zwaar. Als het een zware vlucht lijkt te gaan worden kan het percentage mais (biefstuk voor een duif!) omhoog en eventueel wat snoepvoer of hennep. Maar alleen als het zwaar word en geen overdaad, De duiven krijgen anders teveel dorst. Zwaar voer hoort bij enorm trainen!Verliezen van jonge duiven.Bij deze wil ik wat oorzaken rond verliezen bij jonge (en oude!) duiven helder zien te krijgen. Dit op basis van veel lezen, veel overleg met div. liefhebbers, vergelijk tussen verliezers en mensen die weinig duiven verspelen en door logisch na te denken. Ik hoop het een en ander overzichtelijk op een rij te zetten en zou er bijzonder blij mee zijn als door het vermeerderen van onze kennis rond de duif, de verliezen zouden kunnen worden verminderd. Er zullen bekende en minder bekende oorzaken de revue passeren. Vroeger waren de verliezen er veel minder, maar ook toen waren er desastreuze verliezen igv extreme weersomstandigheden!!!!! Denk aan de warme zomer van 1976 en wat Breuer daarover schrijft in het boekje; “Zo vader, zo zoon”.

    Duiven zijn ook te eenzijdig geworden. Gust Christiaans uit Humbeek zei 30 jaar geleden al; Als je alleen maar kweekt uit snelle rakkers voor het mooie weer, raak je de jongen op den duur steeds kwijt.

    Het is niet voor niets dat op rampvluchten veel overnachtspelers geen pluim verliezen!

     

    Een duif die voor de vluchten wordt ingezet, moet aan een aantal voorwaarden voldoen;

    • Er aan toe zijn.
    • Een perfecte gezondheid hebben.
    • Oriëntatievermogen hebben.
    • Aan huis voldoende hebben gevlogen, maar ook weggetrokken.
    • Gelukkig zijn op het hok. Voldoende territorium bezitten. Gehecht zijn aan het hok, de baas enz.
    • Een zeer goede voorbereiding/basisopleiding hebben gehad.

     

    Uiteraard bevestigen uitzonderingen de regel. Ook ik ken mensen die ze met de bezem van het hok moesten jagen en vervolgens toch jonge duiven kampioen werden. Waar het ons om gaat is om zoveel mogelijk oorzaken van de verliezen uit te sluiten.   Nog even over de gezondheid; de koppen moeten hoe dan ook schoon zijn. En dan raken we een moeilijk punt. Bij een liefhebber die zijn duiven laat harden aan de natuur en behoudens een 1 malig geelkuurtje (of zelfs dat niet) nooit tegen de koppen kuurt, hoeft het niet zoveel te betekenen als een jong eens aan de kop krabt, maar komt dit bij een standaartkuurder voor, dan kan het desastreus zijn voor de wedvluchten. De keel moet bleekroze zijn het keelgat rustig en niet te groot, geen slijmdraadjes en zeker geen gesnotter als je de neusdoppen even dicht houdt. De gehemeltespleet iets open. Ook de snavel in je oor houden om de ademhaling te beluisteren kan ons veel vertellen. Is je duivenstam eenmaal gewent aan medicijnen tegen de luchtwegen, dan zou ik de jongen elke donderdag een kuurtje door het water verstrekken, anders ben je “de Sjaak” voor je het weet! Ornithose kan zo latent aanwezig zijn dat je het amper merkt. Het allerbeste is natuurlijk de  regelmatige controle bij de duivenarts. Dan speel je op save en voorkom je misschien het circuit van medicijnen.

     

    Wat de baas betreft; die moet;

    • Kweken uit goede en gezonde duiven.
    • Zorgen voor een goed hok, waarin de jongen zich plezierig voelen. Een ren is een must, zodat de jongen niet teveel vervreemden van de natuur.
    • Een goede planning hanteren, zodat alles op tijd gebeurt.
    • De jongen wennen aan regelmaat en ze de tijd geven een goede weerstand tegen kinderziektes op te bouwen.
    • Zo min mogelijk kuren, of naar een stam toe werken waar zo min mogelijk hoeft gekuurd te worden.
    • Zeker geen jongen steeds bijplaatsen. Dit is roepen om ellende!
    • De jongen een gedegen opleiding geven.
    • Niet meer kweken uit duiven, waarvan de jongen steeds wegvliegen.

     

     

    Goed, u heeft de goede duiven. Ze trainen enorm en trekken regelmatig weg.

    Ze hebben de meeste kinderziektes achter de rug, zijn op tijd geënt en zijn er aan toe om opgeleerd te worden. Voor een goede basis is nu gezorgd. We gaan starten met hun opleiding. Dit betekent dat de basisoriëntatie ontwikkeld en aangepast moet worden voor verschillende vliegsituaties. Duiven moeten leren bij felle zon en droge oostenwind te oriënteren, idem bij regen. Hiervoor heeft de duif verschillende systemen, die wel ontwikkeld moeten worden.

    • Geef de duiven veel vrijheid. Ze leren dan beter met zon, regen, kou en warmte om te gaan en de gevaren van de roofvogel!!
    • Geef ze regelmatig een bad, maar laat ze niet nat buiten of de nacht in gaan.
    • Wen de jongen regelmatig een nacht in de mand.
    • Leer ze eten en drinken in de mand.
    • Begin op te leren in kleine stapjes.
    • Zorg er voor dat de koppen (luchtwegen) hoe dan ook schoon zijn. Is dit niet het geval, dan is oriëntatie een groot probleem.
    • Ga niet opleren midden op de dag. Is het warm en volop zomer, kan je ook ’s avonds vanaf 19.00 uur opleren.

     

    Zijn de duiven voldoende opgeleerd, dan kan er gewerkt worden om eventuele gevaren te voorkomen. Ik weet ook niet overal een antwoord op, maar wil wat op een rij zetten;

    • Leer jongen niet vlak over het water op. Verliezen zijn dan verzekerd!! waarom??? waarschijnlijk verstoring van het magnetisch veld. Rijdt dan liever 5 a10 kilometer verder, zodat ze op de route zitten als ze oversteken en zorg voor wat ervaren duiven mee om zo snel mogelijk de jongen de rechte lijn te leren.
    • Trekken de jongen onvoldoende, leer ze dan in een cirkel van 10 kmvan huis een aantal malen op, zodat ze leren vanuit een andere richting het hok te vinden. Uiteraard geleidelijk en niet ineens van tegengestelde richting. Als je dat wel zou doen, nadat ze de vliegrichting al veel geoefend hebben, ben je ze geheid kwijt.
    • Leer ze eens op tegen de nacht, zodat ze moeten overnachten en er pas de volgende morgen zijn. Heel leerzaam.
    • Tijdens de vluchten nog 1x per week wegbrengen een km of 25, maar dan wel in de vliegrichting!!
    • Er zijn mensen die de tijd hebben de jongen elke dag te lappen. Voor de vluchten zijn ze al 25 keer weggeweest tot 35 km. Als de vluchten starten hebben deze spelers geen verliezen meer. Zelfs met regen gaan de jongen eruit, al is het dan maar van 5 a10 km. Dat valt niet mee om daar tegen te moeten spelen met onervaren jongen die amper trekken!!
    • Het opleren starten met tegenwind is erg gevaarlijk. De duiven zitten dan laag en vliegen gemakkelijk in de draden!
    • Wat ook een groot probleem is, is een plotselinge wisseling van het weer. Tot vrijdag is het druilerig weer, maar op zaterdag is het ineens stralend weer met een strakblauwe lucht. Geen succes verzekert!! De jongen weten niet wat ze meemaken!
    • Voer ook zeker niet te zwaar. Als het een zware vlucht lijkt te gaan worden kan het percentage mais (biefstuk voor een duif!) omhoog en eventueel wat snoepvoer of hennep. Maar alleen als het zwaar word en geen overdaad, De duiven krijgen anders teveel dorst. Zwaar voer hoort bij enorm trainen!