Dirk Van Dyck,

Hij is wereldberoemd geworden, dankzij de beroemde “ B 95-6246005 Kannibaal” , deze werd in 1996, 1 Nat As HF KBDB ….de beslissing die de familie Van Dyck toen nam, door deze Kannibaal niet te verkopen, zal wellicht de beste zijn die men ooit kon nemen. Kinderen, klein-achterkleinkinderen verspreiden zich ondertussen over de hele wereld en groeiden uit tot fenomenale kweek en vliegduiven. Een legende was geboren ! Reeds vrij snel besefte Dirk dit, hij was en is hier steeds nuchter in gebleven, heeft steeds gezorgd dat er op het eigen hok voldoende nazaten aanwezig waren en heeft het bloed van de Kannibaal via inteelt en lijnenteelt verankerd in de ganse kolonie.

Ondertussen dragen er wereldwijd, talrijke Olympiade en Nationale Asduiven het Kannibaal bloed, ook in 2015 schitterde Dirk Van Dyck opnieuw met twee topklasseringen in de Nationale Asduifkampioenschappen KBDB, zowel bij de oude als de jaarlingen !

Even terug naar de basis :

Alles komt terug op de jaren ’90, toen had men de basis van  Antwerpse topkolonies verzameld, men zocht het bij de meest directe concurrenten zoals Marien – Royberghs, Van Looy – Somers, Gommarus Leysen, Constant en Ronny Denisse en Frans Van Beirendonck. Tot in 1993 werd er enkel Quievrain gespeeld (nu nog neemt Dirk iedere week deel aan deze favoriete vluchten, het grote voordeel ze worden in de Provincie Antwerpen tot 3 x per week georganiseerd) . In 1993 was er de stamdoffer de Rambo B 93-6621023, als jaarling won hij 3×1 in Union Antwerp, doch als kweker van goud waarde : Hij werd vader van B 94-6323005 Den Bourges deze won 2 nat Bourges 40401 jonge, met eerder de  54 prov. Orléans 12570 jonge duiven. Het jaar nadien werd de  B95-6246005 De Kannibaal  geboren, een superdoffer met 1 Nat As HF KBDB (1 Marne 856d, 1 Dourdan 727d, 1 Dourdan 694d, 1 Noyon 157d, 3 Dourdan 1060d, 7 Orléans 5140d, 7 Dourdan 1004d.) Vanaf toen werd er rond deze 3 superduiven een kolonie uitgebouwd waar overal in de wereld nazaten van zijn. Het sprookje “Van Dijck – Kannibaal” was geboren !

Doch stilstaan heeft men hier nooit gedaan, zo kwam er jaarlijks versterking, topkwaliteit verhuisde naar Zandhoven o.a. van Op de Beeck – Baetens, Marcel Wouters, Gaston Vandewouwer, Marina Vandevelde, Luc , Bart en Jurgen Geerinckx,  Leon Van Den Brandt, Marcel en Gunther Vercammen, Jos Vercammen en Leo Heremans waar de superkweker “Di Caprio” werd van aangekocht die o.a. vader werd van Olympic Niels B 08-6338005 3° Olympiadeduif Cat.A Nitra 2013, evenals Nationale winnaars.

Hokbestand

Een kweekhok, bestaande uit 40 koppels, deze maken de basis uit en zorgen voor de jaarlijkse aanvulling van topduiven. Ze brengen 4 rondes na elkaar groot en in deze periode krijgen ze dagelijks verse grit, goed voer en Avidress Plus en Usne Gano via het drinkwater. Twee tot drie keer per week wordt er een geut Gervit W aan het water toegevoegd. Tijdens de broedperiode eveneens regelmatig Kruidenpoeder.

Zeer veel hokken, …. Wat me opvalt bij Dirk Van Dyck, zijn de talrijke duivenhokken, de duiven zitten per ploeg, het hok voor Quiévrain, Noyon ,  Kleine Halve Fond, Grote Halve Fond ….   In totaal beschikt hij over 80 weduwnaars en een groep van 30 duivinnen, al deze duiven worden op klassiek weduwschap gespeeld. Het is werkelijk een full time job om hier dagelijks alles netjes in de plooien te houden. De hokken zelf vertonen geen luxe, doch de duiven zijn supergezond. Droge hokken met extra aandacht voor een goede verluchting  ! Jaarlijks worden er 250 jonge duiven gekweekt en afgelopen seizoen 2015, had dochter Natalia (12 jaar) ook haat eigen speelhok, met een groepje jongen die schitterden op de Quiévrain vluchten.

De doffers : Vanaf begin oktober tot het voorjaar staan er voor de hokken, grote volières de duiven kunnen dan vrij binnen en buiten en hebben  zuurstof in overvloed. Ongeveer 50% van de doffers brengt een nest jongen groot, de anderen niet ….na de kweek gaan de bakken dicht en komen er rustplankjes voor de woonbakken. Vanaf dan worden de trainingen hervat.  In deze periode krijgen de duiven gedurende een 4-tal weken dagelijks Hexenbier, het is voor Dirk een van de topproducten, daar de duiven er mooi roze van worden en ook de oude dons er gemakkelijk uit komt. Alleen bij slecht weer komen de duiven niet buiten, ze krijgen dan ook enkel gerst tot aan de volgende koppeling. Het koppelen gebeurt in verschillende periodes omdat dit invloed heeft op de conditie, en men dan met bepaalde groepen langer kan deelnemen aan de vluchten.

Voorbeeld :  de snelheidsgroep wordt gekoppeld op 1 maart  – de Halve Fond en Grote halve fond rond 15 maart en een 3° groep (deze die niet aan winterkweek deden, wordt gekoppeld 1 april en mogen dan een vijftal dagen broeden)

Twwee weken voor aanvang van het seizoen geeft Dirk ze Carnispeed, (Carnitine) dit krijgen ze vanaf dat moment tot na het vluchtseizoen, iedere dag. Carnitine zorgt immers voor een betere vetverbranding en zorgt ervoor dat het organisme degelijk ondersteund is om iedere week te kunnen deelnemen aan de vluchten. Je merkt dit dat de duiven zeer zelden vermoeid thuiskomen.

Reeds vrij vroeg vangt Dirk aan met de trainingsvluchten, de duiven worden in voorbereiding van de eerst vluchten zelf weggevoerd ( 5 tot 8 keer voor afstanden van 20 tot 70 km.) Bij Dirk is het opbouwen naar het eind van het seizoen verder op het seizoen krijgen ze dan bij thuiskomst eveneens Atemfrei ( vrije luchtwegen) zeker in het voorjaar bij lage temperaturen heeft dit een positieve invloed op het herstel… Veel hangt af van het verloop van de vlucht en het zo snel mogelijk klaar staan voor de volgende vlucht. Hier geen rust op zondag wanneer ze gevolgen hebben op zaterdag, zo vlug mogelijk terug laten trainen, men kan dan snel zien hoe het met de duiven is gesteld. De duiven krijgen op de dag van inkorving ( meestal donderdag of vrijdag ) een bad in de rennen voor de hokken. Op deze manier worden ze rustig ingekorfd en het verhoogd eveneens de eetlust.

Opbouwen :  In de beginperiode laat Dirk de duiven 2 x daags trainen, hoofdzakelijk in twee tot drie groepen, immers een te grote groep is moeilijk onder controle te houden. Vanaf einde mei, ( eenmaal + 300 km) wordt het trainen beperkt tot eenmaal daags.  De snelheidsduiven krijgen voor de inkorving steeds hun partner (10 minuten volstaat) en na de vlucht blijven ze voor een 3-tal uur samen.

De duiven voor de halve fond en Grote HF worden gewoon van het hok genomen, rustig en goed , bij thuiskomst mogen deze dan wel samen met hun partner blijven tot ’s avonds.

Het “zwakke geslacht” : Sinds een drietal jaar met succes. Zo “eenvoudig” heb ik nog nooit met duiven gespeeld, beaamt Dirk. Ze worden gekoppeld begin maart en men start op nest. Doelstelling is de Grote Halve Fond (450 – 600 km). Het voordeel van ’t starten op nest, is dat de duivinnen in deze periode rustiger blijven, ze worden bakvast en er is totaal geen kans op onderling paren. Einde mei ( de 1° Nationale Bourges vlucht) zitten ze +/- 4 weken op weduwschap. Als motivatie krijgen ze hun doffer voor de vlucht en bij thuiskomst blijven ze samen tot ’s avonds of de ochtend nadien. Trainen doen ze eenmaal daags. Naar verzorging en voeding krijgen ze hetzelfde als de doffers. Simpel en zonder veel franjes en het loopt super.

Jonge duiven : Ongeveer 200 jonge duiven zitten verdeeld over 6 hokken. Alle jonge duiven worden verduisterd, om ze zo gezond mogelijk te houden wordt het water verzuurd. Bij het afzetten worden ze geënt tegen paramyxo, deze enting wordt herhaald als ze ongeveer twee maanden oud zijn.  De jonge duiven krijgen vrij regelmatig probiotica over het voer. Het beschermt ze alles sinds tegen adeno en zorgt voor een verhoging van de weerstand op een natuurlijke manier. De jonge duiven, bestemd voor de snelheidsvluchten worden verduisterd tot 1 juni, deze voor de hafo tot half juni, nadien worden ze bijgelicht en dit tot einde seizoen.

Aan het opleren van de jonge duiven schenk Dirk zeer veel aandacht, meermaals wegvoeren tot 70 km en tijdens de vliegperiode eveneens extra wekelijkse trainingen van 70 tot 100 km. In hun geboortejaar worden ze dus al degelijk aan de tand gevoeld en selecteren gebeurt dan ook op prestaties, de ervaring heeft geleerd dat de beste jonge duiven meestal ook de betere oude duiven worden.

Ook op de dag van inkorving krijgen de jonge duiven een bad op het hok zodat ze heel ontspannen worden ingekorfd.

Dirk Van Dyck,

Hij is wereldberoemd geworden, dankzij de beroemde “ B 95-6246005 Kannibaal” , deze werd in 1996, 1 Nat As HF KBDB ….de beslissing die de familie Van Dyck toen nam, door deze Kannibaal niet te verkopen, zal wellicht de beste zijn die men ooit kon nemen. Kinderen, klein-achterkleinkinderen verspreiden zich ondertussen over de hele wereld en groeiden uit tot fenomenale kweek en vliegduiven. Een legende was geboren ! Reeds vrij snel besefte Dirk dit, hij was en is hier steeds nuchter in gebleven, heeft steeds gezorgd dat er op het eigen hok voldoende nazaten aanwezig waren en heeft het bloed van de Kannibaal via inteelt en lijnenteelt verankerd in de ganse kolonie.

Ondertussen dragen er wereldwijd, talrijke Olympiade en Nationale Asduiven het Kannibaal bloed, ook in 2015 schitterde Dirk Van Dyck opnieuw met twee topklasseringen in de Nationale Asduifkampioenschappen KBDB, zowel bij de oude als de jaarlingen !

Even terug naar de basis :

Alles komt terug op de jaren ’90, toen had men de basis van  Antwerpse topkolonies verzameld, men zocht het bij de meest directe concurrenten zoals Marien – Royberghs, Van Looy – Somers, Gommarus Leysen, Constant en Ronny Denisse en Frans Van Beirendonck. Tot in 1993 werd er enkel Quievrain gespeeld (nu nog neemt Dirk iedere week deel aan deze favoriete vluchten, het grote voordeel ze worden in de Provincie Antwerpen tot 3 x per week georganiseerd) . In 1993 was er de stamdoffer de Rambo B 93-6621023, als jaarling won hij 3×1 in Union Antwerp, doch als kweker van goud waarde : Hij werd vader van B 94-6323005 Den Bourges deze won 2 nat Bourges 40401 jonge, met eerder de  54 prov. Orléans 12570 jonge duiven. Het jaar nadien werd de  B95-6246005 De Kannibaal  geboren, een superdoffer met 1 Nat As HF KBDB (1 Marne 856d, 1 Dourdan 727d, 1 Dourdan 694d, 1 Noyon 157d, 3 Dourdan 1060d, 7 Orléans 5140d, 7 Dourdan 1004d.) Vanaf toen werd er rond deze 3 superduiven een kolonie uitgebouwd waar overal in de wereld nazaten van zijn. Het sprookje “Van Dijck – Kannibaal” was geboren !

Doch stilstaan heeft men hier nooit gedaan, zo kwam er jaarlijks versterking, topkwaliteit verhuisde naar Zandhoven o.a. van Op de Beeck – Baetens, Marcel Wouters, Gaston Vandewouwer, Marina Vandevelde, Luc , Bart en Jurgen Geerinckx,  Leon Van Den Brandt, Marcel en Gunther Vercammen, Jos Vercammen en Leo Heremans waar de superkweker “Di Caprio” werd van aangekocht die o.a. vader werd van Olympic Niels B 08-6338005 3° Olympiadeduif Cat.A Nitra 2013, evenals Nationale winnaars.

Hokbestand

Een kweekhok, bestaande uit 40 koppels, deze maken de basis uit en zorgen voor de jaarlijkse aanvulling van topduiven. Ze brengen 4 rondes na elkaar groot en in deze periode krijgen ze dagelijks verse grit, goed voer en Avidress Plus en Usne Gano via het drinkwater. Twee tot drie keer per week wordt er een geut Gervit W aan het water toegevoegd. Tijdens de broedperiode eveneens regelmatig Kruidenpoeder.

Zeer veel hokken, …. Wat me opvalt bij Dirk Van Dyck, zijn de talrijke duivenhokken, de duiven zitten per ploeg, het hok voor Quiévrain, Noyon ,  Kleine Halve Fond, Grote Halve Fond ….   In totaal beschikt hij over 80 weduwnaars en een groep van 30 duivinnen, al deze duiven worden op klassiek weduwschap gespeeld. Het is werkelijk een full time job om hier dagelijks alles netjes in de plooien te houden. De hokken zelf vertonen geen luxe, doch de duiven zijn supergezond. Droge hokken met extra aandacht voor een goede verluchting  ! Jaarlijks worden er 250 jonge duiven gekweekt en afgelopen seizoen 2015, had dochter Natalia (12 jaar) ook haat eigen speelhok, met een groepje jongen die schitterden op de Quiévrain vluchten.

De doffers : Vanaf begin oktober tot het voorjaar staan er voor de hokken, grote volières de duiven kunnen dan vrij binnen en buiten en hebben  zuurstof in overvloed. Ongeveer 50% van de doffers brengt een nest jongen groot, de anderen niet ….na de kweek gaan de bakken dicht en komen er rustplankjes voor de woonbakken. Vanaf dan worden de trainingen hervat.  In deze periode krijgen de duiven gedurende een 4-tal weken dagelijks Hexenbier, het is voor Dirk een van de topproducten, daar de duiven er mooi roze van worden en ook de oude dons er gemakkelijk uit komt. Alleen bij slecht weer komen de duiven niet buiten, ze krijgen dan ook enkel gerst tot aan de volgende koppeling. Het koppelen gebeurt in verschillende periodes omdat dit invloed heeft op de conditie, en men dan met bepaalde groepen langer kan deelnemen aan de vluchten.

Voorbeeld :  de snelheidsgroep wordt gekoppeld op 1 maart  – de Halve Fond en Grote halve fond rond 15 maart en een 3° groep (deze die niet aan winterkweek deden, wordt gekoppeld 1 april en mogen dan een vijftal dagen broeden)

Twwee weken voor aanvang van het seizoen geeft Dirk ze Carnispeed, (Carnitine) dit krijgen ze vanaf dat moment tot na het vluchtseizoen, iedere dag. Carnitine zorgt immers voor een betere vetverbranding en zorgt ervoor dat het organisme degelijk ondersteund is om iedere week te kunnen deelnemen aan de vluchten. Je merkt dit dat de duiven zeer zelden vermoeid thuiskomen.

Reeds vrij vroeg vangt Dirk aan met de trainingsvluchten, de duiven worden in voorbereiding van de eerst vluchten zelf weggevoerd ( 5 tot 8 keer voor afstanden van 20 tot 70 km.) Bij Dirk is het opbouwen naar het eind van het seizoen verder op het seizoen krijgen ze dan bij thuiskomst eveneens Atemfrei ( vrije luchtwegen) zeker in het voorjaar bij lage temperaturen heeft dit een positieve invloed op het herstel… Veel hangt af van het verloop van de vlucht en het zo snel mogelijk klaar staan voor de volgende vlucht. Hier geen rust op zondag wanneer ze gevolgen hebben op zaterdag, zo vlug mogelijk terug laten trainen, men kan dan snel zien hoe het met de duiven is gesteld. De duiven krijgen op de dag van inkorving ( meestal donderdag of vrijdag ) een bad in de rennen voor de hokken. Op deze manier worden ze rustig ingekorfd en het verhoogd eveneens de eetlust.

Opbouwen :  In de beginperiode laat Dirk de duiven 2 x daags trainen, hoofdzakelijk in twee tot drie groepen, immers een te grote groep is moeilijk onder controle te houden. Vanaf einde mei, ( eenmaal + 300 km) wordt het trainen beperkt tot eenmaal daags.  De snelheidsduiven krijgen voor de inkorving steeds hun partner (10 minuten volstaat) en na de vlucht blijven ze voor een 3-tal uur samen.

De duiven voor de halve fond en Grote HF worden gewoon van het hok genomen, rustig en goed , bij thuiskomst mogen deze dan wel samen met hun partner blijven tot ’s avonds.

Het “zwakke geslacht” : Sinds een drietal jaar met succes. Zo “eenvoudig” heb ik nog nooit met duiven gespeeld, beaamt Dirk. Ze worden gekoppeld begin maart en men start op nest. Doelstelling is de Grote Halve Fond (450 – 600 km). Het voordeel van ’t starten op nest, is dat de duivinnen in deze periode rustiger blijven, ze worden bakvast en er is totaal geen kans op onderling paren. Einde mei ( de 1° Nationale Bourges vlucht) zitten ze +/- 4 weken op weduwschap. Als motivatie krijgen ze hun doffer voor de vlucht en bij thuiskomst blijven ze samen tot ’s avonds of de ochtend nadien. Trainen doen ze eenmaal daags. Naar verzorging en voeding krijgen ze hetzelfde als de doffers. Simpel en zonder veel franjes en het loopt super.

Jonge duiven : Ongeveer 200 jonge duiven zitten verdeeld over 6 hokken. Alle jonge duiven worden verduisterd, om ze zo gezond mogelijk te houden wordt het water verzuurd. Bij het afzetten worden ze geënt tegen paramyxo, deze enting wordt herhaald als ze ongeveer twee maanden oud zijn.  De jonge duiven krijgen vrij regelmatig probiotica over het voer. Het beschermt ze alles sinds tegen adeno en zorgt voor een verhoging van de weerstand op een natuurlijke manier. De jonge duiven, bestemd voor de snelheidsvluchten worden verduisterd tot 1 juni, deze voor de hafo tot half juni, nadien worden ze bijgelicht en dit tot einde seizoen.

Aan het opleren van de jonge duiven schenk Dirk zeer veel aandacht, meermaals wegvoeren tot 70 km en tijdens de vliegperiode eveneens extra wekelijkse trainingen van 70 tot 100 km. In hun geboortejaar worden ze dus al degelijk aan de tand gevoeld en selecteren gebeurt dan ook op prestaties, de ervaring heeft geleerd dat de beste jonge duiven meestal ook de betere oude duiven worden.

Ook op de dag van inkorving krijgen de jonge duiven een bad op het hok zodat ze heel ontspannen worden ingekorfd.