De gevaarlijkste zijn de havik, de slechtvalk en de (vrouwtjes)sperwer! De havik gooit zich op, om vervolgens in glijvlucht als een boemerang achter de duif aan te gaan. Tijdens deze glijvlucht versnelt hij enorm.

De sperwer komt vanuit het niets met grote snelheid over het hok gescheerd en moet het van zijn verrassingsaanval hebben.

De slechtvalk ziet vanaf grote hoogte zijn prooi al van heel ver. Meestal een vermoeide duif op de dool. Ook alleen trainende weduwnaars vormen een extra risico

Een roofvogel is opportunistisch en leerbaar. Denk maar aan de shows die er met hen gehouden worden. Eenmaal een paar geslaagde vangsten en hij is moeilijk te verjagen. Het gaat er dus om, om de aanvallen te voorkomen, c.q. af te leren. Zeker in de tijd van het 1e nest jongen is zijn driestheid enorm. Hij vangt de duiven voor je ogen uit de lucht!

In dit geval is voorkomen beter dan genezen. Leer de roofvogel dat het moeilijk is om een postduif te verschalken. Hoe komt het dat hij zich richt op onze duiven en de logge trage houtduiven met rust laat?

De wilde duiven zijn zeer alert en gaan bij het minste gevaar op de wieken of in dekking.

Als wij onze oude duiven in het voorjaar los gaan laten, zijn ze niet op vlieggewicht en in vliegconditie. Ook zijn ze na al die maanden binnen zitten minder alert!! Het kat en muisspel moet zich dus opnieuw gaan ontwikkelen.

Ze komen ook los als er nog geen trekvogels terug zijn, er geen bladeren aan de bomen zitten en de honger van de roofvogel het grootst is.

Nogmaals het is heel belangrijk dat de roofvogel leert dat een postduif vangen niet meevalt!! Hij zal dan uiteindelijk beslissen om makkelijker prooien te vangen. Teveel aanvallen zonder vangst, betekent eenvoudig zijn dood, dus zal hij keuzes maken. Heeft hij eenmaal geleerd dat een aanval op een alerte afgetrainde postduif zinloos is, dan zal hij daar ook letterlijk geen energie meer aan verspillen en overvliegen zonder een aanval te doen.

Zelf heb ik ooit van betonplex een holle kist gemaakt. Deze stond bij het hok en toen een havik een aanval inzette op een duif, was ik paraat. Het ging allemaal onmetelijk snel. De beginaanval leek simpel, maar in de licht hellende glijvlucht maakte het beest zo’n snelheid, dat de duif kansloos was, hoe hard hij ook vloog.

1 seconde voor het toeslaan, gaf ik met een hardhouten knuppel een klap als een kanonslag op de kist en zag ik de roofvogel even uit balans schieten door de schrik en de duif wist te ontsnappen. Gebeurt zoiets een paar keer, dan leert de vogel, dat hij maar beter ergens anders zijn prooi kan zoeken.

 

Hoe dichter je vogels bij de natuur leven, hoe minder problemen je zult hebben.

Dit betekent dat de duiven ook ’s winters los mogen en wel zoveel mogelijk!

Ze blijven dan heerlijk actief en leren het gevaar veel beter inschatten.

Bovendien bouwen ze een hoop weerstand op door het actief zijn. Laat ze maar pikken en rommelen in de tuin. Daar hebben ze in de zomer voordeel van als ze een keer te laat zijn van een vlucht.

 

Hoe gaat het met jonge duiven. Jonge piepers die maar net los zijn, hebben de roofvogel eerder in de gaten dan wij. Met gestrekte hals en het koppie schuin zitten ze op het dak, maar vliegen vaak niet weg. Het lijkt wel of ze in de gaten hebben, dat je maar beter brutaal kan blijven zitten dan om te laten zien hoe onhandig je vliegt. Gaat er toch een op de vleugels, dan wordt hij als een belegde boterham opgepikt.

 

Bij mij gaan de jongen pas los als ze 8 weken zijn. Ik leer ze eerst hoe ik voer, vervolgens tegen de avond van buiten naar binnen, dan vanaf het dak naar binnen en binnen een week toert alles lustig rond. Pas daarna leren ze in koppel vliegen. Dakzitten is er niet bij. Het is buiten vliegen of naar binnen.

Zijn ze goed gewend zichzelf te redden, dan mogen ze best een aantal dagen los scharrelen op het gazon. Ik probeer die dagen zo veel mogelijk toezicht te houden. Het mooiste is, wanneer ze door  een ervaren soortgenoot geleerd worden, hoe ze moeten reageren i.g.v. een roofvogel aanval. Daarvoor kunnen enkele oudere duiven worden gebruikt, die in de winter de gehele dag los zijn geweest en de tactieken onder de knie hebben, om aan de rover te ontsnappen. Bij een vriend op de boerderij, zaten sinds jaar en dag enkele sierduiven + enkele verdwaalde postduiven. De jongen uit onderlinge kruisingen, waren bepaalt niet snel. Toch werd er nooit een gegrepen.

De kansen voor de roofvogel om te leren dat jonge duiven een soort “Tafeltje dek je” zijn, zijn dan gering. Voorkomen is beter dan genezen. Op wisselende tijden loslaten is ook prima. Het moet allemaal niet te vanzelfsprekend zijn.

Een Belgisch liefhebber voedert de vogels op een vaste plek een paar 100 meter van huis, en waarom??

Verder zijn kraaien de natuurlijke vijanden van roofvogels. Zitten ze in de buurt, dan vormen ze een goed systeem tegen de rover.

 

Het wordt pas een probleem als de roofvogel zijn verkeerde gewoonte wat hem inmiddels makkelijk afgaat, afgeleerd moet worden.

Ook daar zal weer de tijd voor genomen moeten worden! In dit geval veel wisselen van tactiek, ze hebben zo door of iets echt gevaarlijk is of nep!!

Er is het een en ander op de markt dat wisselend toegepast, best even zal werken. Het beste is alert blijven tot de gevaarlijke periode voorbij is!