Genetica in de praktijk

Inmiddels ook grootvader van 7 Nat. La Soutteraine 2.875 duiven op 716 km. Teletekst.

Duiven die zuiver gefokt zijn (inteelt/lijnteelt), hebben veel invloed op de volgende generaties. Hoe meer zo’n duif teruggaat op dezelfde voorouders, hoe meer bepaalde eigenschappen blijvend zijn verankerd en hoe minder invloed  out cross heeft. Er is trouwens genetische info die alleen door de moeder wordt doorgegeven: mitochondriaal DNA, dat is een stukje DNA dat geen veranderingen ondergaat door de generaties heen. Hoe meer variatie er  in een duif zit, hoe groter de invloed van de out cross. Hoe groter de variatie in de duivinnenstamboom,  hoe groter de kans op nog meer variaties als ook de doffer eenzelfde grote variatie vertoont. Het heterosis effect doet dan volledig opgang en veroorzaakt eerder negatieve dan positieve effecten.

Wat een duif als jong niet heeft, krijgt het er als volwassen duif niet bij. Een duif  is altijd de optelsom van zijn voorouders. Echter: hoe meer vreemd bloed er wordt toegevoegd, hoe meer het gewaardeerde bloed naar de achtergrond verdwijnt! De combinatie echter met superieure kweekdoffers  en een vitale duivinnenlijn  heeft veel kans van slagen. Het blijkt dus, dat bij de juiste bloedvoering de duif  blijft beschikken over de benodigde kwaliteiten. Zoek naar duiven met de goede stambomen, die teruggaan op de lijnteelt, d.w.z. terugfokken op dezelfde voorouders of dieren uit dezelfde lijnen. Dit  zorgt ervoor dat de goede eigenschappen worden verankerd. Je moet dan natuurlijk wel weten, welke dieren goed zijn en welke niet. Een stamkaart met zeer veel verschillende bloedlijnen is minder betrouwbaar. D.w.z. dat zo’n dier mindergeschikt is om mee te fokken.

Een combinatie van slechts 2 zeer goede bloedlijnen geeft juist extra kans op een enorme ‘boost’. Zo’n duif is zeer geschikt voor de vluchten en om na goede resultaten weer terug gekoppeld te worden binnen een van de 2 lijnen.

Fokken is (geen) gokken.  Prestatie fokken is geen toeval,  maar het systematisch bijeen brengen van genen. Echter het fokken van hele goede duiven kan toeval zijn.  De genen brengen alle duiven toch elke keer weer mee. Hoe meer je ermee rotzooit, hoe groter de chaos en des te minder prestatieresultaten.  Als gelijke genen elkaar niet kunnen vinden, komen aanleg en prestatiegenen slechts half of helemaal niet door. Bij gelijke genen wordt dat element versterkt.

Heeft u een vraag? Neem direct contact op